Week 10

22 mei 2024

Deze week ben ik in Nawuhugu, een klein dorpje ten noorden van Gushegu, op zo’n 45 minuten rijden. In dit dorp bevindt zich een CHPS, een kleine gezondheidsinstelling met twee verloskundigen en enkele verpleegkundigen. Met elkaar verlenen zij zorg aan de inwoners van dit dorp en die van zo’n 40 omliggende dorpen.

Het gebouw is klein maar de sfeer is goed. Er zijn 4 ruimtes met in een daarvan twee verlosbedden, er is een weegschaal, een doppler, een bloeddrukmeter en wat instrumenten. 

Sneltesten zijn schaars (momenteel op), anticonceptie wordt soms door NGO’s geleverd, medicijnen moeten veelal uit Gushegu gehaald worden en zijn vaak dus ook op. Tegelijkertijd hoor ik de verhalen dat deze spullen 10 jaar geleden in overvloed voorhanden waren, maar dat de overheid steeds minder goed slaagt in het distribueren van voldoende materiaal. Dat maakt dat de situatie me des te meer raakt. 

Mensen komen hier in de CHPS met medische vragen, problemen en om te bevallen. Vrouwen met problemen tijdens de zwangerschap of hoog risico op complicaties worden geadviseerd om in het ziekenhuis te bevallen. Maar door transportkosten, angst voor het ziekenhuis (en de kosten daar) en gebrek aan geld wordt hier vaak genoeg geen gehoor aan gegeven. Gisteren waren er drie bevallingen met een kind binnen 15 minuten na binnenkomst. Een van hen betrof een tweeling bij een vrouw met een slecht uitgangsHb en toch wel fors bloedverlies. De verwijzing inclusief transport naar het ziekenhuis organiseren heeft ruim drie uur geduurd. In Nederland ben je in veel gevallen met twintig minuten een heel eind. Bij een andere vrouw duurde het bijna 3 uur voor ze beviel; ik begin het bijna als ‘lang’ te beschouwen :). In april zijn er in dit kleine gebouw 59 baby’s geboren. 

Elke dinsdag worden de kinderen uit de omgeving gewogen: tot een jaar maandelijks, tot twee jaar elk kwartaal en daarna halfjaarlijks tot 5 jaar. Dat laatst gebeurt maar zelden. Vandaag was in de omgeving rond gegaan dat er nieuwe vaccins geleverd waren, dus het was druk. En met druk bedoel ik bijna 200 kinderen die gewogen moesten worden en zo nodig gevaccineerd (rijksvaccinatieprogramma). Dat was veel administratie, veel prikken en vooral veel huilende kinderen. 

Ik heb onder andere kort geholpen bij het wegen. Bij het opschrijven van het gewicht viel me op dat veel kinderen de afgelopen 4-5 maanden niet in gewicht zijn toegenomen, soms zelfs afgevallen. Je leert het hier snel genoeg af om aan de buitenkant in te schatten hoe oud een kind is. 

Een magere moeder had een kind van 2,5 maand aan haar ineengevallen borst. Geboortegewicht 2.0 kg, huidig gewicht 2.4 kg. We hebben haar doorverwezen naar het ziekenhuis. Ik hoop dat ze gaat; maar ziekenhuizen kosten geld ondanks de health insurance en dat maakt mensen bang om te gaan. In deze tijd, vlak voor het regenseizoen, is het geld zo goed als op. Dat speelt ongetwijfeld ook in de voedingstoestand van deze moeder en kind een grote rol. 

Een andere moeder had een tweeling van 9 maanden op schoot. Geboortegewicht 1.3 en 1.7 kg. Huidig gewicht 3.9 en 4.5 kg. Zoals de kinderen bij ons geboren worden, zo zijn enkele hier dus na 9 maanden. Dat betekent van conceptie tot nu letterlijk twee keer zo oud. Het zijn maar getallen, en toch vertegenwoordigen ze een groter verhaal: een verhaal van armoede, gebrek aan kennis en onderwijs, gebrek aan voeding en schone leefomstandigheden. Niet bij iedereen, maar zeker niet slechts bij enkelen. 

In Gushegu heb ik tot nu toe weinig slecht gevoede kinderen gezien. Wellicht ook omdat ik me niet zo zeer onder de jonge kinderen begeef (maar onder de pasgeborenen), en toch voel ik dat het leven hier, drie kwartier verderop, andere kost is. Slechts op marktdagen is hier brood verkrijgbaar. Verse groenten zijn er niet. Waar het in Gushegu langzaam groen wordt van de eerste regenbuien is het hier nog steeds bruin en droog. Het is wachten op de regen, dan wachten op de oogst, en dan bidden dat de kinderen zullen groeien. 

Nu ik hier op de veranda van de CHPS over het droge land uitkijk, met de oproep van de moskee op de achtergrond en de geiten rustend onder de boom naast mij, voel ik me gezegend en verdrietig tegelijk. 

Gezegend dat ik hier kan zijn, 

dat verloskundige Sarah me in haar kleine kamer warm ontvangt en ik mag genieten van haar heerlijk bereide Ghanese maaltijden (+ ruim voldoende zout),

gezegend dat zij en ik het vermogen hebben voedingsrijke voeding te kopen, 

gezegend dat ik kan rusten als ik moe ben,

gezegend dat ik getuige mag zijn van het Afrikaanse alledaagse: 

     pasgeboren baby’s aan de borst of op de rug, 

     vrolijke kinderen spelend met niks, 

     tieners in schooluniformen langs de weg, 

     jonge moeders met bolle buiken, 

     jonge mannen slachten hun vee,

     oude vrouwen die rijst schoonmaken, 

     oude mannen met grijze baarden onder de boom. 

En tegelijkertijd huilt mijn hart, 

om de magere kinderen van vandaag, 

om alle vermoeide ogen, 

om de kiezen op elkaar van al deze moeders, 

om alle tranen die niet vergoten worden,

om de verhalen van de voorheen betere omstandigheden, 

om de inflatie die zelfs onder mijn ogen zichtbaar is en nog niet lijkt te stagneren*,

om de onmacht de omstandigheden te veranderen,

om dat wat ik niet in woorden kan vatten. 

* Toen ik half maart in Ghana aankwam kreeg ik 14.06 Ghanese Cedi voor elke euro die ik pinde. Momenteel is dit al gestegen naar 15.74 Ghanese Cedi. Dat betekent dat al het geld met de week, zelfs met de dag minder waard is, zo ook de winst van de oogst van vorig jaar. Prijzen stijgen en in de praktijk dalen ze niet meer. In enkele maanden worden producten soms dubbel zo duur, of zelfs meer. Voor groenten betaal ik hier omgerekend in euro’s meer dan in Nederland. In verhouding met een dagloon is dat haast onbetaalbaar. 

Foto’s

2 Reacties

  1. Irma:
    22 mei 2024
    Wat een bijzondere ervaring en wat zijn je woorden waar...
  2. Therese Fokkens- freeke:
    1 juni 2024
    Wat mooi om te lezen!!!