Yagaba

10 juni 2024 - Yagaba, Ghana

Hoewel ik er voor heb gekozen niet al mijn dagelijkse avonturen in deze blogs te verhalen, vandaag toch een uitgebreid dagverslag om op een andere manier te proberen beeld te geven aan deze wereld die maar moeilijk met de wereld van Nederland te vergelijken is. 

We zijn gisterochtend vroeg vertrokken vanuit Gushegu. Onder de opgaande zon en in vroege ochtend stress van Kamando (de man die onze buskaartjes in Gushegu regelt zodat we niet een uur voor vertrek al bij de bus hoeven te zijn om onszelf van een plekje te verzekeren). Om 5.45 uur zou de bus vertrekken, maar om 5.35 uur is Tilly al (letterlijk) 5 keer door hem gebeld dat de bus vertrekt dus dat we op moeten schieten. En inderdaad, zonder Kamando als garantie hadden we de bus misschien wel precies gemist. 

We zijn onderweg naar Yagaba, een dorpje nog afgelegener in het Noorden van Ghana waar Benjamin en Lucianne sinds begin dit jaar wonen (Lucianne is een oud studiegenoot van geneeskunde via wie ik ook met Gerben en Dorien in contact ben gekomen) en waar we komende week een medische outreach zullen houden. Omdat de auto vol zit reizen Tilly en ik met de bus, samen met enkele mensen van een bepaalde Afrikaanse stam die ons zullen helpen met de vertaling. Gisteravond zijn enkelen van hen al naar Gushegu gereisd om nu met ons mee te reizen. Twee dames zijn ‘s avonds niet meer naar Gushegu gekomen maar gingen het ook niet redden om vanuit hun dorpen de eerste bus te halen omdat er geen vervoer naar de hoofdweg is - zo bleek gisteravond rond negenen. Dus zijn er drie andere vrouwen opgetrommeld waarvan we de eerste in de bus ontmoeten en de andere twee enkele uren later na onze eerste soepele busrit van Gushegu naar Tamale. (Let wel, die zijn dus rond 21.00 uur gebeld, of ze de volgende ochtend de eerste ochtendbus konden nemen om enkele dagen van huis te zijn en - zo bleek toen ik ze sprak - ze wisten niet eens allemaal waar we naartoe gaan en wat we gaan doen; dat moet je in Nederland niet proberen.)

Wij maken deze rit met een overheidsbus die sinds kort rijdt. Vlak voor ons uit rijdt de particuliere bus. Ruim een half uur onderweg passeren we deze. De reden dat hij langs de kant van de weg staat: er was een ram mee in de bus en die is (waarschijnlijk bij het instappen van nieuwe passagiers) ontsnapt. Vandaar dat de mensen op een holletje voorbij kwamen😅. Wij blij en dankbaar dat we niet voor onbepaalde tijd op zoek moesten naar een ontsnapte ram in de uitgestrekte velden van Noord Ghana.

In Tamale ontmoeten we de andere twee dames, genieten de Ghanezen van thee met brood als ontbijt en met z’n achten lopen we richting het andere busstation op zoek naar vervoer richting Walewale. De lijnbus van vanochtend die op tijd vertrekt is een uitzondering in Ghana. Over het algemeen rijden overal mini-busjes, een soort VW Transporters (maar dan uiteraard in andere staat) waar ze achter de bestuurdersstoel vier rijen van vier stoelen hebben gecreëerd zodat er 16 passagiers mee kunnen. Pas als deze zogenoemde trotro vol is, vertrekt hij. Dat kan in een slecht geval enkele uren duren. En dan helpt het als je met 8 man aan komt lopen, want dan zit het halve busje al vol. Of in ons geval: er zijn nog maar 6 kaartjes te koop maar dat regelen we wel. Dat was dus een vlotte overstap. Met forse snelheid, telefoon aan het oor van de driver en de mazzel dat ik vanaf achterin het busje de weg niet kon zien, en daarmee ook de gevaren niet, zijn we twee uur later zonder kleerscheuren in Walewale. 

Hier herhaalt zich hetzelfde verhaal: met ons achten is er nog 1 zitplaats vrij in de trotro en die is al gauw gevuld. In de tussentijd heb ik bij de apotheek op de hoek nog 24 behandelingen tegen vaginale schimmelinfecties weten te bemachtigen, het laatste medicijn wat mee gaat op de medische outreach - uit ervaring onmisbaar gebleken. 

Op punt van vertrekken lijkt de motor er nog weinig zin in te hebben maar enkele pogingen later geeft zij toch toe. Er komt nog snel een 17e passagier mee, half naast/half op mijn broeder Ibrahim geperst onder het motto ‘the place is not far’, wat alles tussen 5 minuten en een uur kan betekenen heb ik door de weken heen ondervonden. 

De zijdeur wordt enkele malen dichtgeslagen tot hij iets beter dan ‘niet’ sluit; later zie ik dat de achterdeuren praktisch niet sluiten. 

Dus muziek aan en gaan! Dat heb ik geweten: de bas speaker is onder de stoel voor mij gebonden dus bij elke toon wappert mijn broek gezellig mee. En met elke hobbel - which are many - schuift de zak cement (?) onder mijn stoel verder naar voren tot mijn voeten bijna klem zitten tussen de speaker en het cement. Voeten op de zak cement past niet bij mijn knieën; als de 5e man na 45 minuten (the place is not far, remember) uit ons rijtje stapt, vind ik enige ruimte om mijn benen op te trekken en opgevouwen verder te reizen. Voordeel is dat ik nu niet meer bij elke hobbel - which are many - voel hoe de stoelenrij en de bodem van de bus om elkaar heen dansen. 

Onderweg stoppen we enkele keren. Eerst om brandstof bij te vullen (tanken kun je het noemen gezien ze het met trechters en jerrycans naar binnen goten), later om een stilstand busje met lege accu weer leven in te blazen, pakketjes te bezorgen of water te kopen. Of om nog een extra bankstel mee te nemen dat op een motor wordt aangereden. Bij elke stop worden we opnieuw herinnerd aan het gebrek aan een handrem waardoor we meer dan eens nog verder of terug rollen als de driver is uitgestapt (wegzetten in de eerste versnelling is denk te riskant gezien de eerdere opstartproblemen). 

De weg is slecht, zeer slecht. Vaak genoeg remmen we af tot nagenoeg stilstand om de diepe kuilen al piepend en krakend te trotseren. Ik snap al gauw waarom de deuren geen zin meer hebben om in het slot te vallen (en ondertussen ook weigeren in het slot geramd te worden). Na een kleine vier uur stapt de driver elke paar minuten uit om de linker achterband te controleren, en bij de derde keer is het nieuws: ‘flat tire’. Dus iedereen weer uitstappen en met de mazzel dat er een reservewiel mee is, rijden we niet snel daarna weer rustig verder. Tot we weer op een verharde weg terecht komen die dankzij haar kuilen alsnog maakt dat we niet snel opschieten. Nog geen half uur later komen we in Yagaba aan, onze eindbestemming. Nog voor we het marktplein bereiken horen we een harde klap: dat was het reservewiel. Maar voor ons precies op tijd:) Later begrijpen we dat Gerben en Dorien deze zelfde weg in de helft van de tijd hebben afgelegd; het is maar met welk voertuig je de wegen trotseert.

Benjamin en Lucianne komen ons ophalen en samen lopen we naar het guesthouse waar we moe, leeg en vooral heel vies (van al het stof dat door de ramen kwam) aankomen. Wat kan een douche dán heerlijk zijn!

Vannacht was een hele warme nacht, tot meer dan 35 graden, mede omdat de stroom enkele uren uit was dus de airco en de ventilator het niet deden (de airco blaast overigens tegen de muur aan, gaat elke paar minuten dicht en de afstandsbediening hebben wij tot nu toe niet kunnen vinden; de ventilator kent drie standen: uit - standje placebo - standje propellor, waarbij je met de laatste zowel auditief als fysiek wordt weggeblazen). Gelukkig was het buiten goed afgekoeld dus ondanks het gebrek aan wind en dubbele ramen om de boel lekker door te kunnen luchten, werd het in de kamer toch wat koeler. 

Dus tijd voor een snelle douche en ontbijt, en dan met z’n allen naar het bordeel waar we de dames medische zorg zullen aanbieden. Vanmiddag gaan we de chiefs groeten (stamhoofden), als kennismaking om de drie opvolgende dagen gratis medische zorg aan te kunnen bieden aan de mensen. Ik ben benieuwd! 

Ps. Ik heb nog geen tijd gehad om verhalen bij de foto’s te schrijven, maar ik denk dat jullie de laatste fotoreeks met bovenstaand verhaal wel kunnen plaatsen:)

Foto’s